Clinic “lopen met de hartslagmeter”

Geschreven door: op Zaterdag 08 November 2003, 113 keer bekeken

Clinic “lopen met de hartslagmeter”

Op maandagavond 3 november werd in de kantine van AV PEC een clinic gehouden over het trainen met gebruikmaking van een hartslagmeter.
Ruim 50 belangstellende lopers en trainer/lopers waren er getuige van hoe PEC bestuurslid en kersvers “Berenmarathonner” Frens Luning de aanwezigen en de als KNAU loopsport expert aangekondigde superveteraan Aart Stigter welkom heette.

Aart Sigter benadrukte nogeens dat de avond niet was bedoeld als verkooppraatje voor medeorganisator POLAR, maar dat hij de meter nu eenmaal als bijzonder nuttig hulpmiddel gebruikte en we daar zelf maar onze conclusies uit moesten trekken.
Gezien de hoeveelheid aanwezigen die al zo’n ding om hadden, hadden de meeste die conclusie al getrokken.
Toch was er niemand van de aanwezigen die ook maar in de buurt kan komen van de tijden die Aart Stigter loopt, maar ja, anders waren we natuurlijk ook niet allemaal gekomen.

Wie dacht dat het een actief avondje rennen op de baan zou worden (iedereen zat in looptenue te popelen) kwam enigszins bedrogen uit.
De theorie achter manier waarop je de meter dient te gebruiken voor optimaal trainingsresultaat bleek weliswaar het grootste deel van de avond te beslaan, maar Stigter had het gehoor aan zijn lippen.
Hij gaf in heldere bewoordingen weer wat velen eigenlijk al wel wisten, maar door de voorbeelden die hij gaf slaagde hij er in om “wazige en gevoelsmatige” materie als drempelwaarden, omslagpunten en verzuring zo te visualiseren dat het voor iedereen begrijpelijk en (nog belangrijker) toepasbaar werd.

Enkele sterke “one-liners” uit zijn betoog:
· De eerste helft van de training is een noodzakelijk kwaad om de tweede helft te kunnen lopen. Wie dus de tempo’s en intervallen te snel begint en vervolgens in het tweede deel gas terug moet nemen heeft een verloren training gehad.
· De denkbeeldige lijn die je kunt trekken over de toppen van de hartslag bij de intervallen, moet ongeveer parallel lopen aan de lijn die je kunt trekken over de dalen na het herstel. Als de lijnen naar elkaar toe lopen gedurende de training herstel je onvoldoende.
· Trainen is herstellen. Je moet eerst trainen om te kunnen herstellen. Als het maar niet lekker wil lopen kun je beter een extra rustdag inlassen dan een extra training.
· Als duursporter (en dat ben je al bij afstanden boven 5 km) moet je de basis voor training en verbetering leggen in het gebied rond 60% van je max. hartslag.
· In een lange groepsduurloop passen de snelle lopers zich aan de langzame aan. Dan hebben ze allemaal een goede training. Andersom niet.
· Als je in de training onder (of tegen) de verzuringsgrens blijft, duw je deze als een plafond langzaam omhoog. Schiet je er echter steeds door heen in de training om geforceerd te proberen je snelheid te verhogen, dan duw je hem naar beneden in plaats van dat je hem omhoog trekt.
· 800 en 1.500m lopers trainen juist om zo goed mogelijk IN de verzuring te kunnen lopen.
· In de wedstrijd (b.v 10km) loop je geleidelijk naar je omslagpunt toe. In de laatste kilometer mag je er gerust doorheen knallen.
· Variatie is de basis voor vooruitgang. Als je maar 3 keer per week traint is het onmogelijk om alle trainingsvarianten in een week te proppen. Neem dan een trainingsperiode van 2 of 3 week en varieer daarin met de verschillende vormen.
· Periodiseren is belangrijk. Zowel op trainingsniveau als op seizoensniveau. Dus zware en rustige trainingen afwisselen, maar ook zware en rustige periodes.

En zo kwamen er nog veel meer eye-openers voorbij.

In de pauze werd de groep in tweeën gesplitst en werd buiten op de baan de Oon Zoon bepaald.

De wat??

De Own Zone dus. De persoonlijke trainingszone. En de Own Index.
De Own Index geeft aan de hand van een aantal persoonlijke gegevens de algemene fitheid aan.
De waarde die er voor mij uitrolde was “gemiddeld”. Na de eerste teleurstelling (en jaloerse blikken naar degene die “uitstekend” scoren maar die ik er wel “dik uit loop”) stel ik maar vast dat er dus in ieder geval ruimte is voor verbetering.
Waarschijnlijker is het dat komt doordat mijn rustpols op 52 werd vastgesteld terwijl die ca. 45 is.

De Own Index werd bepaald door in een programmaatje van 5 minuten elke minuut de inspanning vanaf 75 slagen per minuut ca. 12 tot 15 slagen op te voeren.
Dat begon dus met rustig wandelen en eindigde in gedraaf in verschillende tempo’s over de baan. Door te meten bij welke gemiddelde freqeuntie de hartslagintervallen constant worden wordt dan de Own Zone vastgesteld.
De onderwaarde daarvan was volgens Stigter de waarde waarop vrijwel niemand traint, maar die zeer belangrijk is voor de opbouw van duurvermogen. Het bleek ook dat slechts 4 van de ruim 50 aanwezigen daar weleens bewust op traint. En dat was volgens de meester nog niet eens zo’n beroerde score gemiddeld genomen…..……..

Tja, en dan is er nog zoveel meer gezegd over zones, de formule van Karvonen enzovoorts.

Wie meer wil weten zou ik aanraden om eens op internet te “Googelen” op bijvoorbeeld: lopen hartslagmeter, of Karvonen. Daar is al heel veel informatie te verkrijgen. Of informeer eens bij je trainer natuurlijk
En Polar? Tuurlijk zullen het goede apparaten zijn. Maar wie een beetje verder kijkt zal ontdekken dat er heel wat alternatieven zijn. Soms een stuk goedkoper, maar wel zonder “Oon Zoon”.
Let als je zo’n ding koopt in ieder geval ook op de functies als rondetijden, timers e.d. Anders loop je in de training al snel met 2 horloges om.

Al met al was het een bijzonder geslaagde en waardevolle avond. In de volgende trainingen werd er onderling nog veel over doorgepraat.
Ik ben benieuwd naar de resultaten van een ieder bij de komende wedstrijdjes…………….

Eric Kloosterziel


Reacties

Er is nog niet gereageerd op dit onderwerp

Reageer zelf!

NaamVerplicht
E-mailVerplicht (word niet gebruikt/doorverkocht)
Website