Wat is atletiek

Atletiek is een oude sport waar de sporters (atleten) individueel of in groepen (estafette en of clubcompetitie) presteren.

Atletiek wordt zowel op de weg als op een atletiekbaan beoefend. Atletiek wordt wel 'de moeder der sporten' genoemd omdat het de menselijke basisbewegingen (lopen, springen, werpen) omvat.

Atletiekbanen zijn meestal ovaal gevormd en 400 meter lang. Avpec 1910 beschikt over zo’n 400 meter lange baan. Op het middenterrein worden de werp- en springonderdelen beoefend. Er zijn banen van gras, kunststof en gravel. De atletiekbaan van avPEC 1910 heeft een kunststof toplaag over enkele asfalt onderlagen.

Dit artikel gaat over de atletiek als wedstrijdsport, maar atletiek in brede zin omvat ook recreatieve vormen. De Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (kortweg Atletiekunie) in Nederland doet ook veel voor de loopsport. Voor de loopsporters zijn er wel wedstrijden maar ook de zogeheten trimlopen, 'wedstrijden' waarbij niet altijd een uitslag wordt opgemaakt en geen officiële jury aanwezig is. Slechts een klein deel van degenen die hardlopen als eerste sport noemen, is daadwerkelijk lid van de KNAU.

Geschiedenis

Atletiek is een sport die oorspronkelijk nauw verbonden was met de Griekse klassieke Olympische Spelen, die vanaf 776 voor Christus om de vier jaar gehouden werden als onderdeel van een feest ter ere van de god Zeus. Het vijfdaagse programma bestond uit sportieve krachtmetingen en wedstrijden in de schone kunsten. De beste atleten kwamen tegen elkaar uit in een vijfkamp, die bestond uit de onderdelen: hardlopen, verspringen, worstelen, speerwerpen en discuswerpen. De diverse onderdelen hadden veel minder regels dan nu.

Atletiek is samen met de zwemsport de oudste sport ter wereld. De Kretenzers (bewoners van Kreta) deden als eersten aan atletiek rond 1500 jaar v.Chr. De moderne atletiek ontstond in Engeland aan het einde van de 17e eeuw. De eerste professionele wedstrijden vonden daar plaats in de vroege 19e eeuw. Atletiek was een onderdeel op de eerste moderne Olympische Spelen in 1896.Nu is de atletiek nog steeds de belangrijkste sport in de Olympische Spelen, maar de band tussen atletiek en de Olympische Spelen is wel losser geworden. Dit kun je merken aan het feit dat naast de Olympische Spelen nog een heleboel andere atletiekevenementen worden gehouden, zoals de jaarlijkse Europacupwedstrijden en de Wereldkampioenschappen atletiek, die voor het eerst plaatsvonden in 1983.

Leeftijdsindeling

Bij grote wedstrijden wordt niet naar leeftijd gekeken, het gaat puur om de prestatie. Slechts een enkeling is zo getalenteerd dat hij of zij al op jonge leeftijd om de prijzen mee kan doen en daarom zijn er ook wedstrijden en kampioenschappen naar leeftijd, waar meer met gelijken gestreden kan worden. Internationaal zijn atleten junior/jeugd tot en met het jaar van de negentiende verjaardag; de overgang naar de senioren vindt plaats op 1 januari van het jaar waarin men twintig wordt. De onderverdeling van de junioren is niet internationaal vastgelegd en verschilt van land tot land. In Nederland en Vlaanderen is de onderverdeling als volgt, waarbij niet naar de 19e verjaardag wordt gekeken maar naar het jaar waarin men 19 wordt, enzovoort. De doorschuiving bij de categorieën vindt in Nederland plaats op 1 november. Bij de masters is dat op de verjaardag zelf.

 

Categorie

leeftijd

Masters

35 jaar en ouder

Senior

20 tot 35 (vanaf het jaar waarin je 20 wordt

Junior-A

19 en 18

Junior-B

17 en 16

Junior-C

15 en 14

Junior-D

13 en 12

Pupil-A

11 en 10

Pupil-B

9

Pupil-C

8

Minipupil

7 of jonger

Het omgekeerde gebeurt bij het ouder worden. Er komt een moment, dat jongere atleten altijd sterker zullen blijken te zijn. Om toch met gelijken te kunnen strijden, is de mastersatletiek(voorheen veteranen genoemd, maar dat had te veel een militaire bijklank) ingevoerd. Master is men vanaf de 35e verjaardag.Om de stap van junioren naar senioren wat te verzachten zijn er internationale kampioenschappen voor neo-senioren ingevoerd. Talenten die bij de junioren in de top meededen, bleken namelijk bij de senioren soms hun motivatie te verliezen, omdat ze niet meer zo in de schijnwerpers stonden, terwijl ze na een paar jaar trainen opnieuw tot de top zouden kunnen behoren. Neo-senior is men in de jaren waarin de 20e, 21e en 22e verjaardag vallen. In Nederland zijn er geen, maar in België wel aparte kampioenschappen voor deze categorie, onder de naam 'beloften'.

Onderdelen

Veel atletiekwedstrijden vinden plaats op een speciale atletiekbaan; in de winter wordt ook op indoorbanen atletiek bedreven. Daarnaast zijn er wedstrijden op de weg (stratenlopen of  wegwedstrijden genoemd) en in het vrije veld (veldlopen of cross(country)). Bij grote kampioenschappen vinden de marathon en de langere snelwandelwedstrijden op de weg plaats, maar start en finish liggen meestal op de atletiekbaan.

Er zijn 24 Olympische atletiekonderdelen. Deze worden onderverdeeld in looponderdelen, springonderdelen, werponderdelen en meerkampen. Bij de looponderdelen is er het onderscheid tussen de gewone looponderdelen, de hindernislopen, de estafettes en het snelwandelen.

Looponderdelen

Sommige looponderdelen worden zelden beoefend, ook al erkent de IAAF wereldrecords op die afstanden. De courante, meest gelopen afstanden, kennen de sterkste records; op incourante afstanden staan de records een beetje of heel veel zwakker. De courante afstanden zijn:

Incourante(re) afstanden waarvoor door de IAAF records worden bijgehouden zijn de volgende. Indoor: 50 m. Outdoor op de baan: 1000 mEngelse mijl (1609,344 m = 1 Engelse mijl),2000 m20.000 muurloop25.000 m30.000 m (de vier langste afstanden worden zo goed als nooit gelopen). Op de weg: 10 km15 km20 km25 km en 30 km.

Hindernislopen

Estafettes

Springonderdelen

Werponderdelen

Meerkampen

Overige

Naast de officiële onderdelen worden er soms wedstrijden gehouden op allerlei andere afstanden en onderdelen, te veel om op te noemen. Zo sprint de jongste jeugd over 40 m en oudere jeugd over 60 m en 80 m. Ook de andere afstanden worden bij de jeugd veelal iets ingekort; bij de masters is dat eveneens soms het geval (80 en 300 m horden). In landen zonder hetmetrieke stelsel worden nog wel wedstrijden gelopen over bijvoorbeeld 100 yards (91.44 m) of 3218 m (twee Engelse mijl). Verder zijn er dubbele meerkampen, namelijk de veertienkampvoor vrouwen en de twintigkamp voor mannen of vrouwen, met daarin ook de afgeschafte 200 m horden. Er is de bliksemmeerkamp, een zevenkamp of tienkamp die binnen het uur afgewerkt moet worden, er zijn exotische estafettes als de 10x100 m estafette en Zweedse estafette (400m-300m-200m-100m). Bij de jeugd bestaat het softbalwerpen als voorbereiding op het speerwerpen, terwijl werpers het gewichtwerpen hebben bedacht om ook een werpvijfkamp te kunnen doen. De ultralopers houden wedstrijden over vele afstanden, tot 1000 mijl (1609 km).